Kustaw Bessems7 jan '16 06:32

Column Kustaw Bessems | Ambassadeur gezocht

Auteur: Kustaw Bessems

Ok. Ik zal het maar bekennen. Ik zou het wel mooi vinden als een immigrant voorzitter werd van de Tweede Kamer.

Ik zeg dat uiteraard met enige schroom.

Ik weet dat het niet politiek correct is. Als de kandidatuur van Khadija Arib wordt besproken is haar afkomst voor de een handicap, voor de ander iets waar je het niet over moet hebben. Dat zijn de acceptabele marges.

Maar als ik echt heel eerlijk ben, dan zou ik dat gegeven dus wel mooi vinden.

Het is ook weer niet zo, voeg ik er maar snel aan toe, dat ik als Kamerlid op iemand zou stemmen puur omdat diegene immigrant is. Maar als ik tussen twee mensen zou twijfelen, zou dit me het laatste duwtje kunnen geven.

Ik vind zo’n persoonlijke ontwikkeling indrukwekkend. Iedereen heeft worstelingen in het leven, maar van een immigrant weet je dat hij ten minste één grote extra worsteling heeft doorgemaakt. Als dat dan buitengewoon goed lukt, vind ik dat knap. Zoiets straalt voor mij ook af op dit land. Ik wil graag denken dat iedereen die hard werkt hier een kans heeft om het te maken.

Ik vind dat je nieuwkomers best mag inpeperen wat we hier belangrijk vinden aan democratie, rechtsstaat en persoonlijke vrijheden, in het bijzonder als ze komen uit een land waar dat minder voor de hand ligt. Maar daar hoort dan bij dat je iemand die zich zulke waarden eigen maakt, of ze al meedroeg, geen strobreed in de weg legt. En dat je iemand omarmt die ze wil uitventen en vertegenwoordigen op het hoogste niveau.

Dat laatste zou voor mij overigens het belangrijkste criterium zijn. Je hoort wel dat de nieuwe Kamervoorzitter kundig debatten moet leiden, een organisatie moet besturen en representatief moet zijn in het buitenland.

Maar ik zou bovenal iemand willen die in begrijpelijke taal de democratie kan vertegenwoordigen in Nederland en de liefde daarvoor kan verspreiden. Die niet alleen een Kamerlid een standje geeft wanneer het van een nepparlement spreekt maar ook goed duidelijk kan maken waarom het dat niet is.

Te zelden wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat niet alleen van belang is hoeveel procent van de Nederlanders iets vindt, maar ook hoeveel van hen zo’n standpunt belangrijk genoeg vinden om hun keuze voor een partij te laten bepalen. Of dat mensen hun voorkeur niet alleen laten afhangen van standpunten maar misschien wel vaker van belangen en machtsvragen. Dat ze, als ze meer te zeggen willen hebben tussen verkiezingen door, toch eerst partijen zullen moeten steunen die hen daar de gelegenheid toe willen geven. Te weinig serieus gesprek is er ook over de relatie tussen je stem in Nederland en het beleid, die wel degelijk te zwak is.

Ik heb Arib overigens nog niet met gezag over zulke thema’s gehoord. Haar tegenkandidate Madeleine van Toorenburg evenmin. Maar wie weet werpt een van hen, of een nieuwe gegadigde, zich alsnog op als ambassadeur voor de democratie.
 

Gerelateerde artikelen