Kustaw Bessems5 nov '15 06:29Aangepast op 5 nov '15 07:27

Column Kustaw Bessems | Gastenquotum

Auteur: Kustaw Bessems

‘Wat hier op tafel kwam is het feit dat de standpunten geharnast zijn en ver van elkaar liggen enneh..  dat de bereidheid om naar elkaar te luisteren hier wel is geweest. Bedankt.’

Zo sloot Rob Trip de triljoenste islamdiscussie op de Nederlandse televisie af. Hoe vaak horen we zoiets niet? Of het de thuiszorg is of het Midden-Oosten, klimaatverandering of een kunstaankoop: ‘Nou, de tijd zit erop. We gaan er hier nu niet uit komen’, zeggen ze dan met een schaapachtig lachje.

En hoe vaak blijven wij, de kijkers, niet achter met dat knagende gevoel van frustratie. Waar hebben nou eigenlijk naar zitten kijken? Wat zijn we wijzer geworden?

Het is al te naïef om te verwachten dat in een tv-debat een van de deelnemers ineens zegt: nou, nu u het zo nog eens uitlegt, ben ik eigenlijk toch overtuigd. Meestal zijn ze al wat langer met het onderwerp bezig – hoewel dat voor talkshows geen vereiste is  en het is vermoedelijk menselijk dat je liever niet met een camera op je smoel je ongelijk erkent. Laten we ervan uitgaan dat de functie van die debatten is: voor kijkers helder de verschillende standpunten tegenover elkaar zetten opdat die hun eigen mening kunnen vormen.

Maar dat doel zijn die programma’s al lang voorbij geschoten. Heel Nederland hééft een mening. Over alles. En bij zo’n tv-discussie ben jij eenvoudigweg voor degene die jouw vooringenomenheid het best benadert. En die ander is een domme lul die het niet heeft begrepen. Het antwoord is dus: niets. Je bent niets wijzer geworden. Je bent vermaakt. Of beter gezegd: bezig gehouden.

Voor programmamakers zijn die debatten aantrekkelijk. Ze scoren en de voorbereiding is minimaal: je moet minstens twee gasten opsnorren die liefst diametraal tegengestelde standpunten hebben of in elk geval bereid zijn in ruil voor tv-bekendheid te doen alsof. Aan hen is geen gebrek. In de studio hoeft de presentator alleen te zorgen dat de tijd een beetje eerlijk wordt verdeeld. Als het inzakt, zegt hij: ‘Reageert u daar eens op.’ En als een van de gasten zich ondanks de strakke briefing vooraf onverhoopt toch aan enige context waagt: ‘Wilt u wel bij het onderwerp blijven?’

Echt ingrijpen is alleen nodig bij te veel toenadering. Bij Nieuwsuur deden twee gasten elkaar in een discussie over vrijheid eens de ene handreiking na de andere. Twan Huys kon zijn afgrijzen niet verbergen: ‘U zegt steeds maar “we verschillen niet zo erg van mening! Is er nog wel een verschil tussen jullie?!” Hij smeekte ze om het tegenovergestelde.

De omroep zou Nederland kunnen helen. Schaf het tv-debat af. Zet nooit meer dan één gast aan tafel. En die dan helemaal uitvragen. Niet met quasi-kritische, holle frasen als ‘meent u dat nu werkelijk?’ of laffe omweggetjes als ‘uw critici zeggen…’ Maar met een geïnformeerde, consequente verkenning van zijn gedachtengang. Als het al niet de samenleving redt, zal praat-tv kijken in elk geval toch iets minder voelen alsof je je door een drukke tram vol natte regenjassen wurmt.

Gerelateerde artikelen