Kustaw Bessems24 apr '14 07:04

Column Kustaw Bessems | Geluidjes

Auteur: Kustaw Bessems

'Als het allemaal nog erger wordt’, zegt ze, ‚als ik nog meer pijn krijg, als ik straks echt niks meer kan, dan wil ik eruit kunnen stappen.’

Ze zit een tafeltje verder, in een rolstoel. En ze heeft het tegen, denk ik, haar kinderen. Ze heeft nu vooral last in haar armen. De kinderen kijken moeilijk. 'Zeg dat nou niet’, beginnen ze. Maar zij is resoluut: ‚Ik meen het hoor.’

Een fijn tafereel is het niet. En toch, ook iets waar je een beetje jaloers op kunt zijn.

Zelf zit ik aan een tafeltje met iemand die het niet kan zeggen. Als hij al had willen duidelijk maken wanneer het voor hem klaar was, dan had dat veel eerder gemoeten. Op een moment dat hij ziek genoeg was om in aanmerking te komen, maar gezond genoeg om zijn zin te krijgen, zoiets. Dat moment is al lang voorbij.

Hoe hij er nu over denkt, kan ik hem niet vragen. Ja, ik kan het hem wel vragen. En dan maakt hij geluidjes. Maar als ik vraag of hij nog een hapje cake wil of een slokje cola, maakt hij dezelfde geluidjes.

In de kranten en op tv speelt de discussie weer volop. Artsen die stoppen omdat ze de druk van patiënten en familie te groot vinden. Apothekers die niet willen meewerken. Een commissie van wijzen en een ambtelijke werkgroep, die gaan onderzoeken of de regels beter kunnen. Omdat er steeds meer verzoeken komen van mensen die niet meer in staat worden geacht tot goed zelf beslissen.

Wat zou de ambtelijke werkgroep over hem hebben gezegd? Zijn leven is uitzichtloos, daar kan weinig misverstand over bestaan. Lijdt hij ondraaglijk? Juist een tijd terug zou ik denken, in die schemer, toen hij nog wist dat het gebeurde, toen was het ondraaglijk. Maar ja, dan toch niet letterlijk, want hij hééft het gedragen. Anders zat hij hier nu niet. Nu? Nu lijkt hij soms verdrietig, soms boos, soms geagiteerd. Maar ook wel eens kalm, berustend, een enkele keer zelfs blij.

En als hij het toen had gezegd, had je hem gesteund in zijn wens? En had je dat dan puur voor hem gedaan of meer voor jezelf? Is de aftakeling het zwaarst voor degene van wie juist door die aftakeling alle besef vervliegt? Of voor de mensen die dat om hem heen volop staan te beseffen?

Zijn huidige toestand is op goede gronden onwaardig te noemen.

Maar voelt hij dat zijn toestand onwaardig is?

Aan dit tafeltje is het verleidelijk te denken dat het leven wendingen kent die niet in een richtlijn zijn te regelen, zelfs niet door een commissie van wijzen.

Hij kan nog lachen als hij me ziet.

En hij kan gulzig eten en drinken. Een enorme wil om te leven, meen ik daar dan altijd in te ontdekken. Waarna een stem in mijn hoofd zegt dat dat sentimenteel gedoe is en dat ik naar reflexen kijk.

Zoals hij wel met zijn linkerarm eerst zijn jas aan kan doen maar niet met zijn rechterarm eerst. Geen wil meer maar een restje oude gewoontes.

Bij twijfel blijven leven, denk ik dan.

Maar misschien is die gedachte ook juist weer egoïstisch.
 

Gerelateerde artikelen