Opinie | Groepsfoto

Bernard Hammelburg9 jun 20213 minuten
Of luister de podcast via:

Over de aflevering

Viktor Orban, de voortdurend en terecht verguisde Hongaarse premier, veroorzaakte de zoveelste bonje binnen de EU met deze opmerking: 'Brussel moet stoppen met de obsessie om verzonnen en schreeuwerige verklaringen af te leggen. De afgelopen jaren heeft deze gezamenlijke buitenlandse politiek, ingegeven door binnenlandse politieke overwegingen, het buitenlandbeleid van de Europese Unie tot een lachertje gemaakt.' Dat ging natuurlijk over de Europese kritiek op Hongarije, maar ook om Orbans overtuiging dat Rusland en China echt niet met de pootjes omhoog gaan liggen door veroordelingen en vermaningen van de EU, of de G7, of Amerika. Heiko Maas, de Duitse minister van buitenlandse zaken, was woest, omdat Hongarije gezamenlijke Europese verklaringen steeds door veto’s tegenhoudt.

Schreeuwerige verklaringen

Die veto’s zijn hinderlijk, en als iemand een obsessie heeft voor verzonnen en schreeuwerige verklaringen, is het Orban zelf. Maar toch heeft hij een punt. Het westerse buitenlandbeleid bestaat nog maar uit twee elementen: boze statements en sancties. We waarschuwen, veroordelen, en boycotten een paar bedrijven of personen. Westerse leiders houden elkaar voor dat het allemaal echt effect heeft, maar Poetin krijgt gewoon zijn Nord Stream 2 en Xi Jinping gaat de economische en technologische race winnen.

De doorbraak zou moeten komen van Joe Biden, de machtigste man ter wereld. Briljant als hij de coronacrisis mag hebben aangepakt, van een duidelijk buitenlandbeleid is, ondanks zijn ervaring en kennis, nauwelijks sprake. Politico noemt het ‘de eeuwige, eindeloos frustrerende speurtocht naar de Biden Doctrine.’ Hij kan zijn gezag niet uitsluitend blijven ontlenen aan het feit dat hij niet Trump is. Dat vinden de bondgenoten overigens prettig. Maar om Poetin te laten breken met de Wit-Russische leider Loekasjenko of de Oekraïense separatisten, of Xi te laten stoppen met de onderdrukking van de Oeigoeren, moet je kunnen intimideren. Zoals John Kennedy dat deed met Chroesjtsjov, Nixon met Mao, en Reagan met Gorbatsjov. Op de zoveelste groepsfoto en een pittig slotcommuniqué zit de wereld niet te wachten.