Welwillend in de oppositie

Jaap Jansen19 sep 20194 minuten
Of luister de podcast via:

Over de aflevering

Eens even kijken, dacht ik, hoe dat deze week gaat in de Algemene Beschouwingen. Geert Wilders sprak als eerste. Volgens hem staat het midden voor ‘middelmaat en technocratie’. Hoe zou de rest van de oppositie omgaan met het woord van de koning. Klonk er protest? Nee. Vrijwel alle partijen keken elkaar welwillend aan.

VVD’er Klaas Dijkhoff ging voort op zijn nieuwe koers om de rauwe kantjes van het kapitalisme af te halen. De VVD is niet langer de partij van grote ondernemers die liever geen belasting betalen. CDA’er Pieter Heerma hekelde het misbruik dat slimme snelverdieners maken van marktwerking in de zorg. Hij wil af van het begrip ‘woningmarkt’. De overheid moet zich weer bezig gaan houden met ‘volkshuisvesting’.

Lilian Marijnissen van de SP was verrast. Ze wilde graag samenwerken. Nadat premier Mark Rutte al had geroepen ‘dit is de meest expansieve begroting sinds het kabinet-Den Uyl’, bleek Dijkhoff zelfs op uitnodiging van Marijnissen bereid na te denken over een plan om werknemers te laten delen in de winst. En soort ‘Vermogens Aanwas Deling’, een van de grote hervormingsplannen van het kabinet-Den Uyl waar ze vroeger in de familie Rutte jeuk van kregen. En nóg meer vreugde op links. Rob Jetten van D66 wil met de SP meedenken over het zwaarder belasten van grote vermogens.

Hier stond een andere VVD, een ander CDA en een ander D66 dan we kenden. En een andere SP, want die partij is toch meestal een club die niet thuis geeft als het gaat om echt samenwerken.

GroenLinks en PvdA hadden in een peiling van Maurice de Hond al gezien dat een groeiend deel van hun achterban inmiddels hoopt dat Rutte III, waar zij niet in zitten, gewoon de volle periode regeert.

Te vaak, zei Jesse Klaver, gaat het in zo’n debat om de vraag: wie is de winnaar? Dat hoeft van hem niet meer. Andere dingen zijn belangrijk, leerde hij van zijn zoontje. ‘In de begroting staat heel veel om blij over te zijn’, benadrukte ook Lodewijk Asscher, die er in de concurrentiestrijd op links fijntjes op wees dat hij de leider is van ‘de enige oppositiepartij die weet hoe het is om te regeren’.

Toen het kabinet voor de zomer in de Eerste Kamer zijn meerderheid verloor, dachten sommigen: dit is de bel voor de laatste ronde. Maar het kabinet zit steviger in het zadel dan ooit. Welwillend begroet door de oppositie, die graag meedenkt.

In peilingen is het vertrouwen in Mark Rutte met een kwart gestegen. Als hij over een paar jaar zijn vierde kabinet leidt, overklast hij in jaren Ruud Lubbers en als het gaat om het leiden van kabinetten van zeer verschillende samenstelling zelfs Jan Peter Balkenende. Rutte is vaak verweten dat hij geen visie heeft en met alle winden meewaait. Het blijkt nu zijn grote voordeel.

ALLE COLUMNS VAN JAAP JANSEN: Klik hier