Opinie | De paradox van ‘een zo progressief mogelijk kabinet’

Jaap Jansen3 jun 20213 minuten
Of luister de podcast via:

Over de aflevering

Dat ‘zo progressief mogelijke kabinet’ van Kaag is een paradox waarvan D66-oprichter Hans van Mierlo zou smullen. Drie van de vijf partijen noemen zich ‘progressief’, maar VVD en CDA hebben binnen zo’n coalitie de meerderheid: 49 Kamerzetels tegenover 41. Bovendien kunnen VVD en CDA op moeilijke momenten in de Kamer steun verwachten van een rechtse meerderheid. Zó progressief kan dat kabinet dus niet zijn. En als er – zoals nu alom gepredikt wordt – straks weer alle ruimte is voor politiek debat – in de ministerraad, in de Kamer – biedt dat VVD en CDA veel kansen. Waar maakt Hoekstra zich druk om?

In de PvdA zijn ze er al een beetje beducht voor: als er meer parlementaire vrijheid komt, kan links wel eens iets te vaak het onderspit delven. De PvdA moet in de kabinetsformatie heel veel vastleggen. ‘Geen dualisme, geen dun regeerakkoord’, zei de directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, Klara Boonstra, maandagavond in een Zoom-gesprek met PvdA-denkers.

De ChristenUnie wil liever de oppositie in, net als de meeste partijen in de Tweede Kamer. Als je een minderheidskabinet wil voorkomen, zijn VVD, D66, CDA, PvdA en GroenLinks tot elkaar veroordeeld.

Politiek verloofd

Voor een meerderheid in de Tweede Kamer zijn PvdA en GroenLinks sámen niet nodig, zeggen VVD en CDA. Maar wie de afgelopen weken goed oplette weet: die zijn zich politiek aan het verloven. In commissiezaaltjes en ook in de plenaire zaal spreken PvdA’ers vaak mede namens GroenLinks en andersom. Er is nog geen gezamenlijke fractievergadering, maar dat hoeft ook niet: ze weten van elkaar wat ze vinden.

Voor de verkiezingen al vroeg Jesse Klaver aan Herman Tjeenk Willink waarom het in 2017 aan de formatietafel misliep tussen GroenLinks en VVD, CDA en D66. ‘Jullie spraken te veel met de kaarten tegen de borst’, zei de informateur van Rutte III.

Zijn les is nu actueel. Het wordt tijd om aan tafel te gaan en écht met elkaar te praten. Als je tenminste – zoals het CDA in de verkiezingscampagne nog zei – vindt dat ‘het midden’ zijn verantwoordelijkheid moet nemen.

Vooruit met de geit, nu doorpakken!