Wat stellen partijen eigenlijk tegenover PVV en GeenPeil?

Kustaw Bessems8 dec 2016
Of luister de podcast via:

Over de aflevering

De praktische problemen wanneer je voor elk van de honderden stemmingen in de Kamer eerst leden wilt raadplegen.

De schutterige presentatie van lijsttrekker Jan Dijkgraaf.

Zijn geloofwaardigheidsprobleem door eerst te solliciteren bij 50PLUS.

De drievoudige narcistenclash met Jan Roos en Thierry Baudet, voormalige bondgenoten in de campagne tijdens het Oekraïnereferendum.

Persoonlijk kende ik Dijkgraaf alleen vaag van naam uit de journalistiek, toen hij over me begon te twitteren. Dat twitteren duurde een paar jaar en gebeurde zonder overdrijven vrijwel dag in dag uit, soms een dag lang. Ik was geloof ik niet de enige. Dus het is mooi te zien dat hij inmiddels wat meer om handen heeft.

Maar het gaat niet om GeenPeil en Dijkgraaf. Zij zijn symptomen van iets groters. Ze reageren direct op het Oekraïnereferendum. Dat formeel raadgevende referendum is tevoren door de regering zo’n beetje bindend verklaard maar toen de uitkomst niet beviel - het Oekraïneverdrag werd afgewezen - besloot Rutte om te gaan rekken en marchanderen.

Dat is onverantwoord. Óf hij had een vent moeten zijn en vanaf het begin zijn eigen koers moeten varen, of hij had zich moeten voegen naar het resultaat.

Het is een reprise van het referendum over de Europese grondwet in 2005. Nee, zei de meerderheid. De regering ging alsnog akkoord, noemde de grondwet alleen een verdrag.

Dit gedrag is een groter probleem en het komt van mensen van wie meer mag worden verwacht.

Het nog grotere probleem: politieke partijen zijn in crisis. Een miniem percentage van de Nederlanders is lid. Een record aantal kiezers zweeft. Grote partijen zijn verpulverd. Die versplintering, de ongelijke verhoudingen in Eerste en Tweede Kamer, decentralisatie, privatisering en Europese eenwording maken dat geen relatie meer te zien is tussen je stem en het beleid. Intussen worden belangrijke banen rustig verdeeld onder de weinige leden van oude partijen.

Het beste dat je kunt zeggen van dit systeem is dat het een dempende werking heeft: een griezelige beweging als de PVV krijgt het hier niet snel voor het zeggen. Want niemand krijgt het voor het zeggen. Tegelijk dringt de vraag zich op in hoeverre de partijcrisis die beweging mede groot heeft gemaakt. Want als democratische controle alle tastbaarheid heeft verloren, worden bewegingen die zeggen het volk rechtstreeks te vertegenwoordigen dan niet aantrekkelijker? Of het nu de PVV is met haar klassiek xenofobe idee van de volkswil of de stemkastvertegenwoordiging van GeenPeil. Ja, kraak ze maar af. Maar welk beter alternatief staat er tegenover?

Voor welke politieke partij is de staat van de democratie zelf een serieuze kwestie?

Welke politicus stelt meer tegenover deze uitdagers dan focusgroepjes en voorgekookte media-optredens? Ik zie er geen.