Hoe een Nederlander middenin de Tweede Wereldoorlog de kunstnier uitvond

Wetenschap Vandaag15 nov '21 21:002 minuten
Of luister de podcast via:

Over de aflevering

In 1938 zag hij als jonge arts een leeftijdgenoot sterven aan uremie: het eindstadium van nierfalen. Het was een pijnlijke en langzame dood waarbij het lichaam stikt in de eigen afvalstoffen. Het maakte grote indruk op Kolff en hij begon kort erna aan de ontwikkeling van een apparaat dat buiten het lichaam gifstoffen uit het bloed kon filteren. Middenin de Tweede Wereldoorlog maakte hij van onderdelen van een bommenwerper, de waterpomp van een T-Ford en worstenvel een eerste model.

Terwijl hij ook nog meer dan 1000 mensen voor de Duitsers wist te verstoppen in noodhospitalen – waarvan ruim 800 mede dankzij hem zijn ontsnapt – bleef hij werken aan het ontwerp. De eerste proefpersonen die hij ermee behandelde, overleden nog, maar bij patiënt 17 had Kolff succes: als eerste medicus ter wereld redde hij in september 1945 iemand het leven met de door hem ontwikkelde kunstmatige nier. Nadat hij wat later naar de VS emigreerde, bouwde hij ook nog de hart-longmachine en in de jaren 80 werd het eerste – door hem ontwikkelde – kunsthart in een mens geplaatst.

Willem Kolff ging voor de derde keer met pensioen toen hij 95 was. Hij overleed in 2009.

Meer lezen over zijn leven en werk: Wie is Willem Kolff? Er is ook een boek: De man die miljoenen levens redde.

De eerste kunstnier van Kolff in 1942. Met hoofdzuster Maria ter Welle als modelpatiënt.
De eerste kunstnier van Kolff in 1942. Met hoofdzuster Maria ter Welle als modelpatiënt. (Collectie: Willem Kolff Stichting)