Rotte vis helpt mysterie oplossen rond zacht weefsel-fossielen

Wetenschap Vandaag17 aug '22 21:022 minuten
Of luister de podcast via:

Over de aflevering

De meeste fossielen bestaan uit hard materiaal als botten, schelpen of tanden, maar in sommige zeldzame gevallen blijft ook zacht weefsel bewaard. Hoe dat soms wel lukt en soms niet, was nog een aardig mysterie.

Er bestaan fossielen waarin stukjes huid, spier, of zelfs oog bewaard zijn gebleven. Ook interne organen kunnen door mineralen fossiliseren. Maar dat lukt aanzienlijk beter bij het ene orgaan dan het andere. Hoe kan dat? Dat wilden onderzoekers van de universiteit van Leicester weten.

Ze kregen bij het beantwoorden van die vraag hulp van dode vissen. Twee en een halve maand bestudeerden ze de chemische samenstelling van de stinkende rottende ingewanden van de vissen.

Ze probeerden te achterhalen of de kans om door mineralen omgezet te worden in een fossiel vooral te maken heeft met de micro-omgeving van elk orgaan, of dat het hem in het weefsel zelf zit. Aangezien de organen in een soort soep bleken weg te rotten, viel die eerste optie af.

Het moet hem in het verschil in chemische samenstelling van elk orgaan zitten. Met name in de pH-waarde. Wat verklaart waarom darmen bijvoorbeeld wel gevonden worden, maar nooit de lever.

Weten welke delen van organismen wel en niet kunnen fossiliseren en hoe ze er dan uit zouden kunnen zien kan onderzoekers weer helpen in hun zoektocht naar waardevolle fossielen.

Lees meer: Rotting fish help solve mystery of how soft tissue fossils form.