4 mrt '18 17:19Aangepast op 4 mrt '18 23:51

'Status verdachte fundamentele weeffout in strafproces'

Auteur: BNR Webredactie

Het onderscheid tussen verdachte en dader dreigt steeds meer te verwateren, waarschuwt advocaat Peter Plasman in BNR Juridische Zaken. Spreekrecht voor het slachtoffer is prima, zegt hij, mits je dat loskoppelt van verplichte aanwezigheid van de verdachte. 'Het is een fundamentele weeffout in het strafproces dat dat helemaal door elkaar heen loopt.'

Om vast te stellen of een verdachte werkelijk de dader is, heb je niet de hulp van een slachtoffer of een nabestaande nodig, vindt Plasman. In de 'tweede fase', als de rechter meer zicht heeft op de status van de verdachte, kun je altijd nog het slachtoffer erbij betrekken, zegt hij. 'Die laat je van mijn part alles vertellen, maar dan heb je in ieder geval een stap gezet ten opzichte van nu. Het spreekrecht voor slachtoffers was in eerste instantie losgekoppeld van de verhouding verdachte-dader. Het is inmiddels een fundamentele weeffout in ons strafproces dat dat helemaal door elkaar gaat lopen.'

Geen genoegen met alleen veroordeling

Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming wil verdachten van zware gewelds- en zedendelicten verplichten naar hun eigen strafproces te komen, zodat ze horen wat het misdrijf met het slachtoffer of de nabestaanden heeft gedaan. Op het moment dat een verdachte op proefverlof gaat, moet er bovendien nóg een gelegenheid voor het slachtoffer komen om te spreken. Dekker neemt geen genoegen meer met het 'misverstand' dat het slachtoffer met een veroordeling al voldoende geholpen is.

Het Nederlandse strafproces is zo ingericht dat een verdachte alleen maar datgene hoeft te ondergaan wat noodzakelijk is om tot een beslissing te komen. 'Dit is volkomen niet noodzakelijk. Het zijn steeds losse elementen die in het strafproces worden ingevoerd; het wordt langzamerhand een hellend vlak, waarbij we helemaal uit het oog verliezen dat het om een verdachte gaat. Het is een mensenrecht om als verdachte behandeld te worden en niet als dader. De kernvraag is waarom een verdáchte het slachtoffer in de ogen zou moeten kijken.'

Verdachte in de ogen kijken

Dat de sympathie in het algemeen bij de verwerking van het slachtoffer of de nabestaanden ligt, spreekt voor zich, meent misdaadjournalist Gerlof Leistra van Elsevier. Voor hen is het daarom van groot belang om het gevoel te hebben dat ze gehoord worden en dat ze kunnen zeggen welke impact een delict heeft gehad. Maar dat betekent niet per se dat ze daarbij de verdachte in de ogen moeten kunnen kijken. 'Het is een verdachte, dus ik vind dat je het slachtoffer of nabestaanden niet de suggestie moet geven dat ze ook de rechter zijn.'

Het is niet het primaire doel van het strafproces om het aangerichte leed te verwerken, benadrukt Plasman. Bij de introductie van het spreekrecht voor slachtoffers in 2005 was het primaire doel om slachtoffers te laten vertellen wat een delict bij hen had veroorzaakt, maar het lijkt er steeds meer op dat het gekoppeld wordt aan de verdachte. 'Dat is vorig jaar uitgebreid, zodat over alles gesproken kan worden. Bij die uitbreiding is één groot manco geweest: als je het strafproces wezenlijk verandert qua aard, hou dan oog voor de positie van de verdachte en trek het uit elkaar.'

Grip op de zaak

Maar komen opdraven bij een zaak is volgens Leistra wel het minste wat een verdachten kan doen. Ook bij pro-forma-zittingen is het volgens hem zeer bedenkelijk dat ze afstand kunnen doen van hun recht om aanwezig te zijn, ongeacht of het slachtoffer gebruik maakt van het spreekrecht. 'Ik heb de afgelopen dertig jaar veel met nabestaanden en slachtoffers gesproken en ik weet hoe belangrijk het voor ze is dat hun verhaal doorklinkt, juist op die plek: het geeft ze het gevoel dat ze grip hebben op de zaak en het is heel belangrijk dat daar recht aan gedaan wordt.'

Gerelateerde artikelen