Gezond16 mrt '13 15:20Aangepast op 16 mrt '13 16:44

Minder zout: voedingsindustrie moet uit ander vaatje tappen

Auteur: Thijs Baas

Minder zout eten, dat lijkt heel gemakkelijk. Maar dat blijkt in de praktijk tegen te vallen. Toch is het volgens algemeen directeur Tom Oostrom van de Nierstichting bittere noodzaak, om de nierschade in Nederland fors terug te dringen.

Zout
Zout

Oostrom heeft geen idee waarom de voedingsindustrie zijn verantwoordelijkheid niet neemt en nog altijd te veel zout door ons eten gooit, zegt hij in BNR Gezond. "Ik denk niet dat als er minder zout in voeding zit, mensen dat minder gaan kopen. Ik denk dat de mensen ook de kant- en klaarmaaltijden blijven kopen, áls je het zout maar vervangt door andere producten die dezelfde smaak eraan geven."

Minister Schippers van Volksgezondheid riep vorig jaar op tot zelfregulering van de voedingsbranche, maar veel effect heeft dat tot nu toe niet gehad, constateert Oostrom. "Wij zeggen tegen de industrie dat ze zout moeten vervangen door specerijen en het een betere samenstelling moeten geven. Ik begrijp niet zo goed waarom dat niet gebeurt. Misschien dat men juist naar elkaar kijkt omdat het niet gereguleerd is."

Regulering
Regulering kan het duwtje in de rug zijn om dat wel te gaan doen, meent Oostrom, maar Schippers lijkt daar geen oren naar te hebben. "We gebruiken gemiddeld 9 gram per dag, terwijl de gezondheidsraad in 2006 al 6 gram voorschreef. Schippers heeft vorige week gezegd: 'als ik geen verbetering zie, dan ga ik het afdwingen, want ik wil echt een forse verbetering zien bij de industrie."

En jawel: onlangs meldde Schippers dat ze wel degelijk voldoende verbetering zag: de zoutconsumptie daalde van gemiddeld 8,7 naar 8,5 gram per dag. "Maar als je achter de cijfers kijkt, dan is die daling veroorzaakt door een wettelijke maatregel om het zoutgehalte in brood te verlagen. Dus eigenlijk is dat het bewijs dat een wettelijke maatregel wél werkt, terwijl de industrie te weinig actie onderneemt. Ik denk zelf dat de industrie regulering ook wel goed vindt, want dan is het in ieder geval duidelijk dat het gaat gebeuren."

"Ik denk dat veel mensen niet beseffen dat het aantal vermijdbare doden per jaar, tweeduizend, zo'n groot probleem vormt." En nú ingrijpen heeft eigenlijk alleen maar voordelen, denkt Oostrom. "Ik zie het bijna als een soort laaghangend fruit: minder zout zorgt voor een minder hoge bloeddruk, minder kans op hart- en vaatziekten, minder kans op nierziekten, dus minder kosten."

Maatschappelijke gevolgen
Nierschade is niet alleen ingrijpend voor het leven van mensen en de portemonnee - een gemiddelde nierdialyse kost 80.000 euro per jaar, maar de maatschappelijke consequenties zijn ook enorm. "Het duurt vaak heel lang voordat je last krijgt van nierschade. Je wordt moe en je gaat minder plassen. En als je naar de dokter gaat is de nierfunctie al zodanig gedaald dat het heel moeilijk is om het terug te draaien."

Nierschade kan verbonden zijn met diabetes of hart- en vaatziekten. Die hebben qua ontstaan veel met elkaar te maken. De kans op sterfte bij een 25-jarige dialysepatiënt is dezelfde als die van een tachtigjarige . "Minimaal drie keer per week moet je naar het dialysecentrum. Heel vaak bestaat het beeld dat dialyse een soort bloedbank is, maar niets is minder waar: je komt thuis en je hebt echt een dialysekater, dus je moet echt bijkomen en de dag daarna moet je weer in de dialyse." 

Gerelateerde artikelen