BNR In Alle Staten5 sep '16 14:54Aangepast op 8 sep '16 17:43

Connecticut: rijkste staat van Amerika

Auteur: Bernard Hammelburg

Niet New York, met het peperdure Manhattan, of Californië, met het puissant rijke Silicone Valley en de duurste stad in het hele land, San Francisco, zijn de welvarendste staten. Dat is Connecticut. Met een gemiddeld inkomen van 60.000 euro per inwoner, is het met afstand de rijkste staat in Amerika.

Als onderdeel van de ‘tri-state area’ – New York, New Jersey en Connecticut – wordt de staat gezien als uitloop van de metropool New York, een beetje zoals het Gooi en Kennemerland ten opzichte van Amsterdam. Steden als Greenwich en Stamford vervullen, binnen dat beeld, de functie van Bloemendaal en Laren. Er wonen heel veel rijke mensen, en het is er een ietsepietsie bekakt. In sommige van de kleinere gemeentes geldt de regel dat elk huis op een stuk grond van minstens een halve hectare moet staan, waardoor de tuinen vaak complete parken zijn. Vanuit Wall Street, waar veel inwoners werken, is het een uurtje met de trein of met de – bij voorkeur door de chauffeur – gereden auto.

Er is maar één president in Connecticut geboren: George W. Bush. Zijn vader, George H.W. Bush, die uit de buurstaat Massachusetts kwam, was net afgezwaaid als oorlogsvlieger in de Tweede Wereldoorlog – de jongste ooit – en studeerde aan de vermaarde Yale universiteit, de wetenschappelijke trots van de intellectuele elite in Connecticut. George W. kwam in 1948 ter wereld, en verhuisde op zijn tweede met zijn ouders naar Texas, waar senior het al snel zou brengen tot schatrijke oliebaron. Senior is zijn hele leven lang het wat deftige Amerikaans uit het noordoosten blijven spreken, terwijl junior zich een accent aanmat dat voor Texaans moest doorgaan. Dat leidde soms tot hilarische situaties. Zo kon je met de beste wil van de wereld niet horen of junior het over ‘terrorists’ of ‘tourists’ had, al kon je, zeker na 9/11, uit de context opmaken dat hij vermoedelijk het eerste bedoelde.

De eerste vreemdelingen die voet op de bodem van Connecticut zetten waren Nederlanders. In het kielzog van Henry Hudson, die in 1909 Manhattan ontdekte en de grondslag legde voor de kolonie Nieuw Amsterdam, voer Adriaen Block in 1614 als eerste ontdekkingsreiziger een rivier op die hij de Versche Rivier noemde, tegenwoordig de Connecticut River. De kaart die hij in 1614 van het gebied tekende, was bijzonder accuraat. Hij ontwikkelde goede contacten met de Pequot en Mohawk (Mohikanen) indianen, en ontwikkelde een driehoeksrelatie die nu karikaturaal klinkt: de Mohawks bleken gek te zijn op de kralensnoeren die de Pequot maakten, en die in die tijd de functie van muntgeld hadden. De Mohawks hadden op hun beurt bevervellen te koop, die Block aan zijn Nederlandse opdrachtgevers leverde. Daarmee werd het gebied een lucratief deel van de Nederlandse kolonie. Er zijn trouwens ook andere, schitterende kaarten uit die periode: een van Willem Beaux uit 1635, en een uit 1671, ‘De nieuwe en onbekende weereld’, van Arnoldus Montanus.

Het ging mis toen vanuit Massachusetts een ware invasie kwam van Britse immigranten die niet tegen het streng-puriteinse leven in de noordelijke buurstaat konden. Rondom de Nederlandse kolonie, die het in godsdienstig opzicht niet zo nauw nam, was het leven wat ontspannener. Al heel snel vormde de Britse gemeenschap zo’n overweldigende meerderheid, dat ze de Nederlanders er eenvoudig overspeelden. In 1633 stuurde de Britse koning Charles via de gouverneur van Massachusetts een bericht aan Wouter van Twiller, directeur-generaal van Nieuw Nederland, waarin werd meegedeeld dat het hele gebied Engels gebied was, op grond van een ontdekkingsreis in 1497 van de Engelsman John Cabot. Die was weliswaar nooit in het gebied geweest, maar had het, volgens de koning, feitelijk ontdekt. Nederlands gesputter en pogingen om de zaak diplomatiek op te lossen leidden tot niets. In 1650 werd een samenwerkingsverdrag getekend, maar in 1674 werd al het Nederlandse bezit simpelweg geconfisqueerd.

Dossier Verkiezingen VS

Een hoop belangrijke uitvindingen werden in Connecticut gedaan: de stofzuiger, het woordenboek, het telefoonboek, de lolly, de frisbee, het nummerbord op de auto, de blikopener, het brandmerken van vee en de onderzeeër. Een van de beroemdste inwoners van Connecticut was Igor Sikorsky, geboren in Kiev, die tijdens de Russische Revolutie via Frankrijk naar de Verenigde Staten vluchtte. In 1939 ontwierp hij een van de meest revolutionaire toestellen in de geschiedenis: de helikopter.

Gerelateerde artikelen