BNR In Alle Staten7 sep '16 12:43Aangepast op 12 sep '16 16:47

Rhode Island: kleinste staatje, grootste problemen

Auteur: Bernard Hammelburg

Voor het kleinste staatje in Amerika heeft het een pretentieuze naam: State of Rhode Island and Providence Plantations. Sterker nog: geen enkele staat heeft zo’n lange naam. In de volksmond is het gewoon Rhode Island. De staat is ongeveer zo groot als Overijssel en heeft net zoveel inwoners, ruim een miljoen.

Over de oorsprong van de naam bestaat twee theorieën. De eerste is dat ontdekkingsreiziger Giovanni de Verrezzano het eiland, dat hij in 1524 langs de kust van de Baai van Narragansett zag liggen, naar het Griekse eiland Rhodos noemde. De tweede theorie is leuker: de Nederlander Adriaen Block, die ook Connecticut had ontdekt en dat onderbracht bij Nieuw Nederland, zag op zijn reis in 1610 datzelfde eiland voor de kust. In zijn memoires beschreef hij het als ‘een roodachtig eiland,’ wat te maken kan hebben gehad met de herfstkleuren van de bomen of de roodachtige kleur van de grond. Op oude Nederlandse kaarten staat het als ‘Roodt Eyland’.

Het kleine staatje geeft de bezoeker een verwarrend beeld. In tegenstelling tot de welvarende buurstaten Massachusetts en Connecticut, heeft Rhode Island een sukkelende economie. De New York Times noemde het ‘de kleinste staat met extra grote problemen’: grote werkloosheid, opmerkelijk laag opgeleide bevolking en werknemers, voortdurende begrotingsperikelen. In heel veel kolommetjes zit de staat eerder in het rijtje Pennsylvania en Michigan dan New York en Connecticut.

Daar staat de klassieke, indrukwekkende rijkdom van de voormalige havenstad Newport tegenover. Het krioelt er van de landhuizen en paleizen, als bakermat van oud geld. Je zou kunnen zeggen: Amerika kende geen aristocratie, behalve in Newport, met namen als Astor, De Pont, Rockefeller, Rothschild, Vanderbilt en Bouvier (Jacqueline Bouvier was de vrouw van John F. Kennedy). Het is nog steeds een chique stad, met beroemde zeilraces en golftoernooien.

Net als Connecticut, is Rhode Island ontwikkeld door van oorsprong Britse protestanten die de puriteinse levensstijl in Massachusetts niet aankonden en een wat liberaler religieus klimaat zochten. Vrijheid van godsdienst werd in de zeventiende eeuw dan ook een soort handelsmerk in Rhode Island. Wat dat betreft vertoont de staat een interessante parallel met Nederland.

Toen Spanje in 1492 de Inquisitie instelde, begon een klopjacht op niet-christenen. Moslims, die in Spanje en Portugal grote invloed hadden gehad, werden verjaagd, Joden werden gedwongen zich tot het christendom te bekeren of vermoord. In Spanje werden hun bezittingen onteigend, maar konden ze vluchten. In Portugal mochten ze hun bezit behouden, maar mochten het land niet uit. Welkom waren de Joden nergens, met uitzondering van Nederland, Noord-Afrika en Amerika. Begin zestiende eeuw kregen de Portugese Joden toestemming zich in Amsterdam te vestigen en bouwden daar in 1654 de beroemde Portugese Synagoge, een van de oudste ter wereld.

Dossier Verkiezingen VS

Van 1630 tot 1654 was Brazilië een Nederlandse kolonie, waar veel joodse vluchtelingen uit het Iberisch Schiereiland een onderkomen hadden gezocht, of waarheen ze voor straf vanuit hun geboorteland waren verbannen. Toen de Nederlanders werden verdreven door de Portugezen, vielen de Joden weer onder de regels van de inquisitie en sloegen op de vlucht. In New York waren ze aanvankelijk niet welkom, want Peter Stuyvesant had een hekel aan Joden. Maar in het tolerante Rhode Island mochten ze zich wel vestigen. In 1763 opende er een synagoge, bijna net zo oud als die op Curaçao, en eveneens nog steeds in gebruik. In 1790 brachten de eerste president, George Washington, en zijn minister van buitenlandse zaken – en derde president – Thomas Jefferson, een bezoek aan Rhode Island om de vrijheid van godsdienst en meningsuiting te benadrukken.

Gerelateerde artikelen